| Kinderen met gedragsproblemen - Inleiding |
|
Inleiding U heeft er misschien oo kwel één in de groep: een kind die ander gedrag vertoont dan de andere kinderen en een gedrag die u in elk geval niet wenst. Zo’n kind kan een gedragsprobleem hebben. Men spreekt van een gedragsprobleem als hij of zij ongewenst gedrag vertoont dat vooral voor zijn omgeving storend is. Voorbeelden van gedragsproblemen zijn driftbuien en woedeaanvallen bij jonge kinderen, agressief gedrag, pesten en delinquent gedrag. Bijna een op de vijf jongeren van 11 tot en met 16 jaar heeft naar eigen zeggen gedragsproblemen. We moeten een gedragsprobleem niet verwarren met een gedragsstoornis want dan komen we op een andere terrein terecht. Een gedragsstoornis wordt in de kinderpsychologie gezien als een psychiatrisch ziektebeeld bij kinderen. Wanneer afwijkend gedrag gestuurd wordt vanuit de aanleg (erfelijkheid of aangeboren afwijking), spreekt men van gedragsstoornis. Wanneer men de oorzaak echter situeert in de omgeving, spreekt men van een gedragsprobleem. De stoornissen maken deel uit van de ontwikkelingsstoornissen. Er treedt vaak een mengeling op van stoornis en probleem. Een strikte scheiding is moeilijk te maken. De stoornis manifesteert zich door probleemgedrag dat meestal eerder door de omgeving dan door het kind zelf als hinderlijk wordt ervaren. De omgeving is vaak de voornaamste hulpvrager. In de volgende modules gaan we uit van gedragsproblemen. Onze partner Edutip uit Arnhem heeft voor ons deze modules geschreven maar wel vanuit een schoolsituatie. Een kleine ‘vertaling’ is dus nodig om het in uw situatie te gebruiken. Module 1: Weke stoornissen kunnen we onderscheiden? Module 4: teruggetrokkenheid, sociaal isolement Module 5: pervaisieve ontwikkelingsstoornis (PDD-NOS) Module 6: faalangst / ontmoediging en demotivatie Module 7: agressie/grensverlegging Module 9: taakstructuur zwakte Module 10: aandacht tekortstoornis, hyperactiviteit (ADD/ADHD) |